Waar is het?

45,00

Deze doos bevat 1 huis, 4 dieren, schijfjes en heel wat bingokaarten.

Speel het spel op verschillende manieren:

– bouw het huis na volgens het voorbeeld
– speel het bingospel met meerdere spelers
– speel het als schermspel: plaats een scherm tussen de spelers. Een speler krijgt de kaart en vertelt wat op een foto staat. De ander speler bouwt het na. Bepaal het niveau door veel of weinig info tegelijk te geven.
– speel ‘waar is het’ naar analogie van ‘wie is het’: plaats een scherm tussen de spelers. Het huis is zichtbaar voor 1 speler, 1 kaart is zichtbaar voor beide spelers. 1 speler bouwt 1 foto na, de andere speler stelt vragen om te weten welke foto werd nagebouwd. Voor elke vraag wordt een schijf gegeven. Daarna wisselen de rollen om en wie minst vragen gesteld heeft, wint het spel.

Voorzetsels
– begrippen in, uit, op, onder, naast, tussen, links/rechts, binnen/buiten, …

Zinsbouw
– hier moet de hond, de hond zit niet op het dak maar voor het huis, waar zit de poes, die moet daar, daar staat hij niet, …

Opdrachtbegrip
– speel het als schermspel

Doelwoorden voor articualtie, woordenschat, …
– /sch/-: schijf, schuur, schuilen
– /k/-: kaart, kot, konijn, kat, …

17 op voorraad